Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8053.

6.5. Uitgangspunt bij ambtshalve bevinding van eigen overschrijding van de redelijke termijn in een boetezaak is dat een effective remedy (art. 13 EVRM) geboden moet worden voor die schending van art. 6 EVRM. Die remedy wordt gevonden in vermindering van de boete. U gaat ervan uit - en ook de feitenrechters - dat die vermindering slechts bewerkstelligd kan worden door de boetebeschikking van de inspecteur te vernietigen en te vervangen door een rechterlijke beslissing tot vermindering. Om die vernietiging te kunnen bereiken, moeten binnen deze logica eerst de uitspraken van het hof en de rechtbank vernietigd worden indien daarin het (hoger) beroep tegen die beschikking ongegrond werd verklaard, zij het slechts voor zover zij die beschikking betreffen. De vraag rijst of deze zienswijze dwingend is. Erg voor de hand ligt zij niet, nu er noch materieelrechtelijk, noch formeelrechtelijk iets mis was met de boetebeschikking, de uitspraak van de rechtbank of de uitspraak van het hof. Het cassatieberoep faalde immers op alle punten en er was ook geen ambtshalve bevonden grond voor cassatie die verband hield met enige fout in de eerdere instanties. De enige reden om in te grijpen is de ambtshalve bevonden eigen overschrijding van de redelijke termijn, die geheel los staat van de mérites van de beschikking en van de uitspraken van de feitenrechters.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04525a93e2739ff1cbbfaa284552f1e82c307065d51fca43ec85f3c80b61b4b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04525a93e2739ff1cbbfaa284552f1e82c307065d51fca43ec85f3c80b61b4b9, en de alinea staat in dat document op bytes 57106 tot 58483.