Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8696.

2.25. De klachten in het aanvullend cassatierekest (blz. 1-2) veronderstellen dat ter zitting in hoger beroep essentiële stellingen naar voren zijn gebracht omtrent het gedrag van de vrouw en het verdriet van de kinderen over haar weigering om nog contact met hen te hebben. Volgens de klacht zou het hof hebben miskend dat die stellingen door de vrouw niet zijn weersproken. Deze aanvullende klachten leiden m.i. niet tot cassatie, omdat het niet om essentiële stellingen gaat. Over de (wel essentiële) stelling van de man, dat in redelijkheid niet van hem kon worden gevergd nog langer partneralimentatie te betalen vanwege het grievende gedrag van de vrouw jegens hem en de kinderen, welke stelling door de vrouw is betwist, heeft het hof een beslissing genomen en deze met redenen omkleed. Hetgeen ter zitting in hoger beroep door of namens de man is opgemerkt heeft het hof mogen beschouwen als een toelichting. Het oordeel behoefde geen nadere motivering om voor de lezer begrijpelijk te zijn. Daarbij komt dat, blijkens het proces-verbaal (blz. 3), de hier bedoelde stellingen pas aan het slot van de mondelinge behandeling door de man naar voren zijn gebracht, zonder dat de vrouw of haar advocaat daarna nog aan het woord is geweest. Dan gaat het ook niet aan, die stellingen aan te merken als "onbetwist".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b60653643d72c81decb8219f63f8cd0746c2198b3ae272003162a66d01e29cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b60653643d72c81decb8219f63f8cd0746c2198b3ae272003162a66d01e29cb, en de alinea staat in dat document op bytes 34059 tot 35390.