Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8708.

5 In de eerste alinea onder 2 van het verzoekschrift klaagt [verzoekster] dat het hof heeft miskend dat de enkele omstandigheid dat een schuldenaar (nog) zodanige psychische klachten en eetstoornissen heeft dat zij door de gemeentelijke sociale dienst is vrijgesteld van haar sollicitatieplicht in het kader van de Wet werk en bijstand, niet meebrengt dat de schuldenaar daardoor niet in staat is om te voldoen aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Ook indien een schuldenaar geen arbeid kan verrichten, kan de schuldsaneringsregeling worden toegepast. Voor zover het hof zijn conclusie dat [verzoekster] nog niet in staat is om te voldoen aan de schuldsaneringsregeling op een andere grond heeft gebaseerd dan dat [verzoekster] is vrijgesteld van haar sollicitatieplicht, is het oordeel volgens de tweede alinea onder 2 van het verzoekschrift onvoldoende gemotiveerd. Tot slot betoogt de derde alinea onder 2 van het verzoekschrift dat het onjuist, althans onbegrijpelijk is dat het onaannemelijk is dat [verzoekster] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden onder controle heeft gekregen, althans is onjuist en/of onbegrijpelijk dat moet worden aangenomen dat [verzoekster] nog niet in staat is om te voldoen aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende inspanningsverplichting. [Verzoekster] heeft als omstandigheden aangevoerd die tot toepassing van art. 288 lid 3 Fw gerechtvaardigd doen zijn: i) overleg met hulpverleningsinstanties is beëindigd omdat het allemaal loopt; ii) er is contact met arbeidsintegratie en iii) de budgetcoach ondersteunt het WSNP-verzoek van [verzoekster], temeer nu zij op eigen verzoek het budgetcoaching heeft voortgezet. Voor zover het hof deze omstandigheden heeft miskend, geeft dit blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het hof dit niet heeft miskend dan is het oordeel onvoldoende gemotiveerd, nu in dat geval niet uit het arrest kenbaar is waarom het hof het beroep op art. 288 lid 3 Fw heeft verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c547dabd8e860902cf84297ae1211e848a2984535f08ef1f9f5ce8a640a5d185. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c547dabd8e860902cf84297ae1211e848a2984535f08ef1f9f5ce8a640a5d185, en de alinea staat in dat document op bytes 6862 tot 8989.