Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8793.

8. In feitelijke aanleg is door de verdediging aangevoerd dat de medewerkers van [A] niet gekwalificeerd waren om te concluderen dat de bij de verdachte aangetroffen kleding vals was. In cassatie wordt geklaagd over de verwerping van dat verweer. Dat plaatst ons in de enigszins vreemde situatie dat enerzijds van de verdachte verwacht wordt dat zij ten tijde van het voorhanden krijgen van de kleding al had moeten vermoeden dat die kleding namaak was (althans, van misdrijf afkomstig was), terwijl anderszijds gediscussieerd wordt over de vraag of de coördinator opsporing van een vereniging van bedrijven die in grote mate worden gedupeerd door de handel in namaak gekwalificeerd genoeg is om vast te stellen dát de kleding namaak is. Aan de ene kant roept dat de vraag op of van de verdachte dan wel kan worden verwacht dat zij ten tijde van het voorhanden krijgen van de kleding al had moeten vermoeden dat de kleding vals was. Maar aan de andere kant relativeert het de deskundigheid die nodig is om dat vast te stellen. Hoe deskundig moet de coördinator opsporing van [A] zijn als de verdachte zelf al had kunnen zien dat de kleding namaak was?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7487c702525d88b2b9edc398c5f405ce1983016fbc8fc93d1d0ba5305c69371f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7487c702525d88b2b9edc398c5f405ce1983016fbc8fc93d1d0ba5305c69371f, en de alinea staat in dat document op bytes 17360 tot 18527.