Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8821.
Op 24 mei 2008 is [slachtoffer], op dat moment aan het werk als nachtportier in het [A] hotel te Scheveningen, overvallen door twee mannen en onder meer met een ijzeren staaf en met een mes gruwelijk mishandeld. Een DNA-spoor dat in een vingertop van een handschoen is aangetroffen heeft tot verdenking van betrokkenheid van verzoekers halfbroer bij dit misdrijf geleid. Onder andere een acht maanden later aangetroffen bloedspoor onder een losgetornde stiknaad op verzoekers schoen leidt tot verzoekers veroordeling ter zake van het (met zijn halfbroer) medeplegen van poging tot doodslag op zijn toenmalige collega [slachtoffer]. De rechtbank te 's-Gravenhage heeft bij een zogenoemd Promis-vonnis van 9 juli 2009 overwogen op basis van welke (aan bewijsmiddelen ontleende) redengevende feiten en omstandigheden het ten laste van verzoeker tot bewezenverklaring is gekomen. Het hof heeft in hoger beroep dit vonnis met aanvulling van de volgende gronden bevestigd:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefda39e8c2ef64cc75ac8da21c3b0fb5e7978d321fd1fec05b430af11295578. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefda39e8c2ef64cc75ac8da21c3b0fb5e7978d321fd1fec05b430af11295578, en de alinea staat in dat document op bytes 6004 tot 6984.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefda39e8c2ef64cc75ac8da21c3b0fb5e7978d321fd1fec05b430af11295578 | shasum -a 256