Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8858.

14. In het in voetnoot 9 aangehaalde arrest van 22 oktober 1999 is geoordeeld dat het juiste criterium voor de beoordeling of in een dergelijk geval het gehuurde als bedrijfsruimte mag worden aangemerkt, is: of het object in overwegende mate wordt gebruikt voor de uitoefening van een bedrijf als bedoeld in art. 7A:1624 lid 2 BW. Ik gaf al aan dat er duidelijke aanwijzingen in zowel wetsgeschiedenis als rechtspraak zijn, dat de door art. 7:290 BW beoogde begripsinhoud niet anders is dan die van de voorheen geldende bepaling (zie de bronnen waar voetnoot 6 naar verwijst). Ik zie geen enkele aanwijzing die zou rechtvaardigen, hetzelfde niet ook voor het hier besproken probleem aan te nemen. Dus: het criterium uit het arrest van 22 oktober 1999 geldt onder vigeur van art. 7:290 lid 2 BW net zo.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc03005f1cd38a290bf5c389f70f5bf09da2ed176875e70e92063c0557e778e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc03005f1cd38a290bf5c389f70f5bf09da2ed176875e70e92063c0557e778e8, en de alinea staat in dat document op bytes 14453 tot 15268.