Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8991.
Ingeval in cassatie is geoordeeld dat partijen ten onrechte niet in de gelegenheid zijn gesteld hun stellingen te bewijzen, zal de rechter na verwijzing partijen echter alsnog tot bewijslevering moeten toelaten. Dan is geen sprake meer van een recht doen op grond van de stukken die tot dan toe voorlagen. De rechter na verwijzing doet dan overigens slechts hetgeen destijds reeds had moeten geschieden en in die zin doet hij wel degelijk recht in de stand waarin de zaak zich bevond toen het gecasseerde arrest werd gewezen. Iets soortgelijks geldt ingeval de rechter na verwijzing - met inachtneming van de regels met betrekking tot stelplicht en bewijslast - op grond van de reeds aanwezige stukken tot de slotsom komt dat een partij in de gelegenheid moet worden gesteld nader bewijs te leveren met betrekking tot de kwestie die na verwijzing nog ter beslissing voorligt. Hij zal een bewijsopdracht verstrekken en vervolgens zijn beslissing mede baseren op de uitkomsten van de bewijslevering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52, en de alinea staat in dat document op bytes 58051 tot 59062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52 | shasum -a 256