Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8991.

Na verwijzing legt [verweerster] in zoverre een nieuw feitelijk substraat ten grondslag aan haar stelling dat zij tijdig heeft geklaagd, dat zij thans aanvoert dat zij op 13 december 1994 nog steeds niets van BP had ontvangen, dat zij daarom op die datum een reminder stuurde, dat BP eerst op 3 april 1995 (ondanks meerdere rappellen) een inhoudelijke reactie stuurde waarvan de inhoud reeds kort daarvoor telefonisch was medegedeeld zodat haar raadsman op 27 maart 1995 een sommatiebrief aan [eiseres] heeft verzonden (memorie na verwijzing onder 107). In dat verband heeft zij aangetekend dat BP overigens de bouwverslagen en rapporten eerst medio 1995 aan haar heeft gezonden. Tevens heeft [verweerster] na verwijzing in het geding gebracht (en een beroep gedaan op) haar brief van 25 maart 1994 aan BP waarin zij navraag doet bij BP, de rappelbrief van 13 december 1994 van haar aan BP en het schriftelijk antwoord van BP van 3 april 1995 dat zij overigens zonder verdere toelichting reeds bij conclusie van eis in het geding had gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52, en de alinea staat in dat document op bytes 64490 tot 65547.