Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8991.
Het hof oordeelde verder dat [verweerster] binnen bekwame tijd in de zin van art. 7:23 lid 1 BW bij [eiseres] heeft geklaagd gelet op hetgeen uw Raad overwoog bij zijn arrest van 29 juni 2007, LJN AZ7617, NJ 2008, 606 m.nt. Hijma. Het hof heeft daarbij de door [verweerster] na verwijzing overgelegde (nieuwe) producties in aanmerking genomen nu deze - aldus het hof - blijven binnen de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en nu [eiseres] de gelegenheid heeft gehad (en benut) op de producties te reageren. Het hof heeft bovendien geoordeeld dat [eiseres] zich niet met succes kan beroepen op het aan de hand van de Haviltex-maatstaf uit te leggen artikel 2 lid 3 van de transportakte nu een exoneratiebeding als door [eiseres] verdedigd, te weten een uitsluiting van de aanspraken die [verweerster] op grond van de wet, in het bijzonder art. 7:21 BW, toekomen, niet erin is te lezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52, en de alinea staat in dat document op bytes 9487 tot 10389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52 | shasum -a 256