Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8991.

[Verweerster] mocht op grond van de artikelen 4 en 5 van de transportakte zonder meer ervan uitgaan dat de grond van het tankstation was gesaneerd. Zij werd na levering, door kennisneming van de brief van [betrokkene 1] van 21 maart 1994, bekend met het feit dat Gedeputeerde Staten bij brief van februari 1994 aan BP hadden medegedeeld dat het perceel was opgenomen in het provinciale saneringsprogramma. Hoewel [verweerster], die ten tijde van de koop al een aantal tankstations exploiteerde, in het algemeen enige kennis mag worden toegerekend ten aanzien van saneringen van de grond van tankstations, behoefde de enkele kennisneming van de brief van Gedeputeerde Staten nog niet erop te wijzen dat de bodem ernstig was verontreinigd. Het is in ieder geval te billijken dat [verweerster] eerst nader onderzoek heeft verricht om daarover meer te weten te komen. Dat heeft zij, niet onbegrijpelijk, gedaan door bij BP (aan wie de brief van Gedeputeerde Staten was gericht) navraag te doen en wel reeds bij brief van 25 maart 1994 (productie 3 memorie na verwijzing). [Verweerster] heeft BP daarbij onder meer gevraagd haar kopieën te doen toekomen van het saneringsplan en van het rapport van [A]. Na enkele rappellen - de eerste bij brief van 13 december 1994 (productie 4 memorie na verwijzing) - ontving [verweerster] eerst op 3 april 1995 schriftelijk antwoord van BP (productie 5 memorie na verwijzing), over de inhoud waarvan zij kort tevoren telefonisch door BP was ingelicht. Het antwoord van BP komt erop neer dat de bodem van het tankstation sterk is verontreinigd en dat sprake is van een oude verontreiniging die al aanwezig was voordat zij (in 1987) met de exploitatie van het tankstation begonnen was. BP heeft [verweerster] in de brief medegedeeld dat zij daarom geen enkele aansprakelijkheid wenste te aanvaarden voor de bodemverontreiniging. Deze inlichtingen waren voor [verweerster] aanleiding zich bij brief van haar advocaat van 27 maart 1995 bij [eiseres] te beklagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52, en de alinea staat in dat document op bytes 21728 tot 23733.