Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 maart 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8991.
Volledigheidshalve wijs ik erop dat na cassatie en verwijzing het Arnhemse hof - in cassatie onbestreden - heeft geoordeeld dat zich in casu niet voordoet de situatie als bedoeld in de tweede zin van art. 7:23 lid 1 BW dat verkoper [eiseres] bij de verkoop wist of behoorde te weten dat de grond was vervuild. [eiseres] is op de hoogte geraakt van het bestaan van vervuiling (niet van de mate van vervuiling) doordat haar echtgenoot de onder de vaststaande feiten genoemde brief van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg heeft ontvangen, welke brief vervolgens is doorgestuurd aan [verweerster]. In deze brief is medegedeeld dat het verkochte perceel was opgenomen in het provinciale saneringsprogramma. Het hof heeft geoordeeld dat de enkele kennisneming van de brief nog niet erop behoefde te wijzen dat de grond ernstig verontreinigd was en dat het in ieder geval te billijken is dat [verweerster] eerst nader onderzoek heeft verricht om meer te weten te komen over de verontreiniging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52, en de alinea staat in dat document op bytes 45816 tot 46825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47f588d310b2df2f25b22fe0a051ba3c46ee76506c11b9682f0a5db7698aec52 | shasum -a 256