Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9038.
2.2 In zijn arrest van 15 maart 1996, NJ 1997, 341 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat mede aan art. 6 EVRM ontleende, fundamentele beginselen van procesrecht meebrengen dat een procespartij, indien zij zulks verzoekt, de gelegenheid behoort te hebben haar standpunt mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten(6). Op basis van deze uitspraak heeft de wetgever (uiteindelijk(7)) het voorschrift van art. 134 Rv. geformuleerd dat, voordat de rechter over de zaak beslist, aan partijen desverlangd gelegenheid wordt geboden voor pleidooien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066, en de alinea staat in dat document op bytes 11186 tot 11748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066 | shasum -a 256