Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9038.

Indien de wederpartij bezwaar maakt, zal het verzoek slechts kunnen worden afgewezen als daartoe door die wederpartij klemmende redenen worden aangevoerd, waarbij met name valt te denken aan een onaanvaardbare vertraging van de procedure. De rechter kan het verzoek ook ambtshalve afwijzen, doch alleen op grond van strijd met de eisen van een goede procesorde. Hij moet de afwijzing dan wel uitdrukkelijk vermelden en zijn beslissing dienaangaande deugdelijk motiveren(8). Het recht op pleidooi ontbreekt indien op de voet van art. 131 Rv. een comparitie na antwoord heeft plaatsgevonden en partijen tijdens die comparitie in voldoende mate hun standpunt mondeling uiteen hebben kunnen zetten(9). In dat geval kan de rechter bepalen dat geen gelegenheid wordt gegeven voor pleidooi. Achterliggende gedachte is dat één gelegenheid voor een mondelinge toelichting voldoende moet zijn in het licht van de eisen die art. 6 EVRM stelt aan de civiele procedure(10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066, en de alinea staat in dat document op bytes 11756 tot 12731.