Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9038.

2.11 Art. 209 Rv. bepaalt dat, indien de zaak dat meebrengt, op de incidentele vorderingen eerst en vooraf wordt beslist. Op grond van deze hoofdregel en gelet op het feit dat beide partijen uitsluitend in het incident hebben gefourneerd, behoefde D&S er m.i. niet op bedacht te zijn dat het hof tevens de hoofdzaak zou afdoen en dat zij zich daarom op dat moment te kennen diende te geven dat zij in de hoofdzaak wenste te pleiten. Daarbij is ook de aard van het incident van belang, te weten in dit geval het exhibitie-incident van art. 843a Rv. De beslissing daarop kan van belang zijn voor de wending die de hoofdzaak neemt en leent zich daarom om vooraf te worden beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066, en de alinea staat in dat document op bytes 20337 tot 21032.