Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9038.

2.12 Het stadium waarin partijen de gelegenheid hebben zich over de wens tot pleidooi uit te laten wordt m.i. bestreken door het van het beginsel van hoor en wederhoor afgeleide recht van een procespartij om niet overvallen te worden door een verrassingsbeslissing van de rechter. Ik sluit mij dan ook aan bij de opmerking van Van Maanen(32) dat in art. 229 Rv. besloten lijkt te liggen dat de rechter zelf bepaalt of hij het debat voltooid acht en de zaak rijp is voor vonniswijzing maar dat het Lpr hem voorschrijft om partijen daaromtrent te horen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066, en de alinea staat in dat document op bytes 21071 tot 21636.