Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9038.
2.13 Art. 2.9 Lpr bepaalt dat aan partijen na memorie van antwoord respectievelijk memorie van antwoord in het incident een termijn van twee weken wordt verleend voor (o.m.) het vragen van pleidooi. Indien het hof direct met het incident ook de hoofdzaak had willen doen instrueren, had het partijen op grond van dit voorschrift de gelegenheid moeten bieden tot het verzoeken van akte of het vragen van pleidooi of arrest in de hoofdzaak. Nu het hof zulks niet kenbaar heeft gedaan, meen ik dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066, en de alinea staat in dat document op bytes 21978 tot 22533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db10a74905af76163b9aa509c4780439939c42c9028fbe1788a7dc4e25730066 | shasum -a 256