Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9344.

Uit de inhoud van het rapport d.d. 19 mei 2008 van I. Matthaei, psychiater en vast gerechtelijk deskundige en d.d. 13 juni 2008 van A.F.J.M. Zwegers, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige blijkt dat, hoewel verdachte had verklaard bereid te zijn medewerking te verlenen aan het multidisciplinair onderzoek, vanwege zijn weinig coöperatieve houding het onderzoek nagenoeg geen informatie heeft opgeleverd op grond waarvan men tot beantwoording van de in het onderzoek gestelde vragen kon overgaan. Rapporteur Zwegers heeft expliciet opgemerkt, dat door de houding van verdachte het onderzoek weinig meer gegevens heeft opgeleverd dan doorgaans bij een weigerachtige observandus het geval is, waarbij rapporteur Matthaei opmerkt dat het ondanks de toezegging tot medewerking, als gevolg van de opstelling van de verdachte, tijdens het onderzoeksgesprek niet mogelijk is geweest een forensisch psychiatrisch onderzoek te verrichten en niet met zekerheid een diagnose kan worden gesteld. Naar het oordeel van het hof dient verdachte, gelet op het voorgaande, te worden aangemerkt als een weigerachtige observandus als bedoeld in artikel 37, derde lid van het Wetboek van Strafrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abbeae5786283dc0421354eaa126eabf877b867180970723cf6faad40d128b13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abbeae5786283dc0421354eaa126eabf877b867180970723cf6faad40d128b13, en de alinea staat in dat document op bytes 11036 tot 12233.