Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9387.

12. Het bewijs dat sprake is van een stof die wordt vermeld op een van de bij de Opiumwet behorende lijsten, kan niet slechts worden geleverd door laboratoriumrapporten. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het bewijs ook kan worden ontleend aan verklaringen van personen die met de verschijningsvorm en uitwerking van dergelijke stoffen bekend zijn (zie o.m. de conclusie voor HR 16 oktober 2001, LJN AD4616 en HR 18 mei 1982, NJ 1983/49 en HR 24 oktober 1978, NJ 1979/130) of aan andere omstandigheden, zoals de voor de middelen betaalde prijs en de wijze van vervoer van de middelen (zie o.m. de conclusies voor HR 13 maart 2001, LJN ZD2425, HR 27 februari 2001, LJN ZD2393 en HR 21 februari 1989, NJ 1989/903). Kortom, het staat de rechter vrij aan elk denkbaar bewijsmiddel, in wettige vorm in het dossier opgenomen, betekenis toe te kennen ter bepaling of de aangetroffen stoffen middelen zijn welke worden vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijsten (zie conclusie voor HR 23 januari 2001, LJN ZD2121). (3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67b8a2595ecb859aa9aaf491d835c9585599598cf12050158311b12be8243620. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67b8a2595ecb859aa9aaf491d835c9585599598cf12050158311b12be8243620, en de alinea staat in dat document op bytes 19955 tot 20997.