Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9860.
2.10 Volgens onderdeel 2, dat nog nader is toegelicht in het aanvullend cassatieverzoekschrift, getuigt het passeren door het hof van de stelling van de vrouw dat de man de overgelegde documenten heeft vervalst, van een onjuiste rechtsopvatting dan wel is dat oordeel onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. Het onderdeel neemt daarbij tot uitgangspunt dat de producent van documenten de echtheid daarvan moet aantonen indien dit wordt betwist. Hiervan uitgaande klaagt het onderdeel in het eerste subonderdeel(9) dat indien in het oordeel van het hof besloten ligt dat de vrouw per document de authenticiteit had moeten betwisten, dit oordeel geen rekening houdt met de goede procesorde nu slechts acht werkdagen beschikbaar waren. Volgens het tweede subonderdeel(10) had het hof de vrouw tot tegenbewijs moeten toelaten en heeft het hof miskend dat tegenbewijs niet behoeft te worden gespecificeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f06f6a2015f90ff229a5ebba18a44ce9b7bcfe3474f0d72fb5b49df4a4abce0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f06f6a2015f90ff229a5ebba18a44ce9b7bcfe3474f0d72fb5b49df4a4abce0, en de alinea staat in dat document op bytes 17992 tot 18904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f06f6a2015f90ff229a5ebba18a44ce9b7bcfe3474f0d72fb5b49df4a4abce0 | shasum -a 256