Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9875.
6 Dit kan volstaan. Artikel 361 lid 4 Rv kent voor de verzoekschriftprocedure de regel, dat belanghebbenden een incidenteel verweerschrift mogen indienen tenzij de rechter anders bepaalt. Asser/Bakels, Hammerstein & Wesseling-Van Gent, nr. 244, merken op dat de rechter ook kan bepalen dat verweer wordt gevoerd bij de mondelinge behandeling (waarbij per geval moet worden bezien of zulks in overeenstemming is met de fundamentele beginselen van het procesrecht, in het bijzonder dat van hoor en wederhoor). Zie in het kader van artikel 347 lid 3 Rv - volgens welke regel de gelegenheid om een incidentele memorie van antwoord te nemen niet ambtshalve geboden hoeft te worden (HR 12 april 2002, LJN: AD9117, NJ 2002, 297) - nog Asser/Bakels, Hammerstein & Wesseling-Van Gent, nr. 204; Snijders/Wendels, nr. 174.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b12e2fa61ed884903d77c63f1ff9a4be0420cacfc5d1a697ebf530e0a5cdc879. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b12e2fa61ed884903d77c63f1ff9a4be0420cacfc5d1a697ebf530e0a5cdc879, en de alinea staat in dat document op bytes 21650 tot 22483.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b12e2fa61ed884903d77c63f1ff9a4be0420cacfc5d1a697ebf530e0a5cdc879 | shasum -a 256