Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9875.

7 Zie HR 9 oktober 2009, LJN: BI9288, NJ 2009, 489; HR 26 juni 2009, LJN: BH2288, NJ 2009, 304 alsmede HR 21 december 2007, LJN: BB4757, NJ 2008, 27. Hiermee is de Hoge Raad kennelijk teruggekomen van het onderscheid dat hij aanvankelijk (zie b.v. nog HR 10 september 2004, LJN: AO9077, NJ 2005, 225 m.nt. S.F.M. Wortmann en HR 20 april 2007, LJN: BA0901, NJ 2007, 502 m.nt. S.F.M. Wortmann) maakte tussen de twee gevallen van terugwerkende kracht (wijziging van een onherroepelijke beschikking ex artikel 1:402 jo. 1:401 BW enerzijds en vernietiging van een nog niet onherroepelijk geworden beschikking van de eerste rechter anderzijds). HR 22 december 2009, LJN: BK1619, NJ 2010, 14 (waarnaar in het verzoekschift ook wordt verwezen) overwoog dat deze regel niet geldt ten aanzien van nabetaling door de alimentatieplichtige van de alimentatie die hij als gevolg van de bestreden beschikking met terugwerkende kracht verschuldigd is geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b12e2fa61ed884903d77c63f1ff9a4be0420cacfc5d1a697ebf530e0a5cdc879. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b12e2fa61ed884903d77c63f1ff9a4be0420cacfc5d1a697ebf530e0a5cdc879, en de alinea staat in dat document op bytes 22491 tot 23448.