Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9900.

Het hof overweegt, dat de verdediging niet heeft aangevoerd dat veroordeelde zijn verklaring niet vrijwillig heeft afgelegd. Ook nadat veroordeelde zijn advocaat had geraadpleegd is niet aangevoerd dat het niet raadplegen van de advocaat bij veroordeelde heeft geleid tot misverstanden dan wel het afleggen van zijn verklaring heeft beïnvloed. Ook in hoger beroep is niet betoogd dat de veroordeelde, had hij wel zijn raadsman kunnen raadplegen, een andere verklaring zou hebben afgelegd. Voorts heeft veroordeelde zijn verklaringen in verschillende instanties van de procedure in grote lijnen bevestigd. Daarnaast worden de verklaringen van veroordeelde, afgelegd op 22 juni 2004, in voldoende mate ondersteund door ander bewijs. Uit het voorgaande volgt dat het feit, dat veroordeelde niet in de gelegenheid is gesteld om voorafgaand aan de politieverhoren op 22 juni 2004 te overleggen met een raadsman, niet tot bewijsuitsluiting van de op die datum afgelegde verklaringen leidt of tot enig ander rechtsgevolg."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 9166 tot 10195.