Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9900.

Het vorenoverwogene brengt mee dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat. Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 10983 tot 11485.