Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9900.
12. Gezien voornoemde arresten van de Hoge Raad zijn voor de beoordeling van de factor 'de ernst van het verzuim' bepalend de omstandigheden waaronder het verzuim is begaan en kan daarbij ook de mate van verwijtbaarheid van het verzuim een rol spelen. Voorts heeft de Hoge Raad in dit verband vooropgesteld dat het wettelijk stelsel aldus moet worden opgevat dat een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv niet steeds behoeft te leiden tot een van de daar omschreven rechtsgevolgen. Het bepaalde in art. 359a Sv formuleert immers een bevoegdheid en niet een plicht, en biedt mede in het licht van de wetsgeschiedenis de rechter die een vormverzuim heeft vastgesteld, de mogelijkheid af te zien van het toepassen van een van de daar bedoelde rechtsgevolgen en te volstaan met het oordeel dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan. De strekking van de regeling van art. 359a Sv is derhalve niet dat een vormverzuim hoe dan ook altijd moet leiden tot enig voordeel voor de verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6, en de alinea staat in dat document op bytes 16181 tot 17176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67f0c4da369b4e79a562997f51d9c5256f2406373eba5359b807fc25fcb02bf6 | shasum -a 256