Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9991.

Als eenmaal een vermoeden van onderscheid is aangenomen, kan de verweerder er niet mee volstaan het vermoeden te weerleggen met een tegenvermoeden. Hij moet bewijzen dat niet in strijd met de wet is gehandeld. Hij kan dit doen door andere feiten tegenover de door verzoeker aangevoerde feiten te stellen of door aan te tonen dat de aangevoerde feiten (om andere redenen) niet tot onderscheid leiden, bijvoorbeeld door nadere feiten aan te dragen die tot een andere conclusie nopen of door aan te tonen dat de aangevoerde feiten anders moeten worden geïnterpreteerd. Hij kan ook erkennen dat er sprake is van direct onderscheid, maar aantonen dat sprake is van een wettelijke uitzondering of erkennen dat er sprake is van indirect onderscheid maar daarvoor een objectieve rechtvaardiging aanvoeren. De regels van de bewijslastverdeling gelden zowel voor direct als indirect onderscheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/010d62b6a8a951fc508efac74e57b42d09d152f77e8ce0463c0af0c27be8034c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 010d62b6a8a951fc508efac74e57b42d09d152f77e8ce0463c0af0c27be8034c, en de alinea staat in dat document op bytes 48159 tot 49058.