Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2011

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP9997.

2.8.2 De tweede mogelijkheid is dat de gehele boom eigendom is van één der eigenaren van de betrokken erven. Dit is de oplossing die in het cassatiemiddel wordt voorgestaan. Zij is gebaseerd op horizontale natrekking in die zin dat, zo begrijp ik, het (driedimensionaal bezien) grootste verticale gedeelte van de stam (of boom, het middel is daar niet geheel duidelijk in) het (veel) kleinere gedeelte horizontaal natrekt, waarna verticale natrekking plaatsvindt ten gunste van de eigenaar van de grond waarmee het grootste deel verbonden is. Deze oplossing stuit naar mijn mening af op het ontbreken van een algemene uitzonderingsbepaling voor horizontale natrekking ten aanzien van beplantingen enerzijds (waarover hiervoor onder 2.6) en de (mogelijk) slechts beperkt geboden wettelijke ruimte voor horizontale natrekking anderzijds (waarover hiervoor onder 2.7). Bovendien is het de vraag of deze oplossing steeds tot het gewenste resultaat leidt. Het onderhavige geval illustreert dit: de Stichting pretendeert eigendom van de gehele litigieuze treurwilg, terwijl als gevolg van de scheefgroei van de boom (16 m hoog; de stam bevindt zich vanaf een hoogte van 6 m geheel boven het erf van [verweerder], evenals de takken) niet uitgesloten is dat het naar volume bezien grootste gedeelte van de stam (boom) met het erf van [verweerder] verbonden blijkt te zijn. Voor zover het middel bedoelt te betogen dat de eigendom van de boom toekomt aan de eigenaar van de grond waarmee de stam uitsluitend tweedimensionaal (in het horizontale vlak, ter hoogte van het maaiveld) de grootste verbinding heeft, illustreert de onderhavige casus tevens dat die uitkomst niet steeds behoeft te worden gerechtvaardigd door de omstandigheid dat het met die grond verbonden gedeelte van de boom het grootste is; zulks zou een (kaars)rechte boom vergen. Terzijde merk ik nog op dat het in het middel tot uitgangspunt genomen vereiste dat het op een der erven staande kleinste gedeelte van de stam/boom een bestanddeel vormt van de stam/boom als geheel, geen zelfstandige betekenis kan toekomen: uit de aard der zaak is elk van beide gedeelten van de boom ter weerszijden van de grens bestanddeel van de boom, ongeacht zijn omvang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae5a94fc0ef3fb77b128c0b1133d3a4d3266ce6c97e34493d0490435494115f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae5a94fc0ef3fb77b128c0b1133d3a4d3266ce6c97e34493d0490435494115f1, en de alinea staat in dat document op bytes 18520 tot 20749.