Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.

4.15 Ik meen dat aansluiting gezocht zou moeten worden bij de wijze waarop meer in het algemeen wordt bepaald of een verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek. Het is niet ongebruikelijk dat feiten en omstandigheden die zich voordoen nadat een verzoek is ingediend of een dagvaarding is uitgebracht meewegen bij de vraag of iemand ontvankelijk is. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen tot gevolg hebben dat iemand geen belang meer heeft bij zijn verzoek of eis, zoals vereist is in art. 3:303 BW(20). Lange tijd gold dan dat niet-ontvankelijkheid volgde. De hiervoor (in par. 3.11) aangehaalde jurisprudentie laat zien dat in die situaties sinds kort geen niet-ontvankelijheid, maar verwerping volgt. Dat neemt niet weg dat de oudere jurisprudentie over het ontbreken van belang laat zien dat ook omstandigheden die zich na het uitbrengen van de dagvaarding of het indienen van het verzoek hebben voorgedaan, een rol kunnen spelen bij de vraag of een partij ontvankelijk is. Zo heeft de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een schikking(21) die na het uitbrengen van een cassatiedagvaarding was bereikt(22), tot gevolg had dat de eiser niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn cassatieberoep: "Gezien dit alles heeft de man geen belang bij zijn cassatieberoep en kan hij in dit beroep niet worden ontvangen." AG Keus merkt in zijn conclusie bij dit arrest meer in het algemeen op (par. 2.7): "Het staat buiten kijf dat feiten en omstandigheden die zich na de aangevochten uitspraak hebben voorgedaan, het oordeel over de ontvankelijkheid van de eiser in cassatie kunnen beïnvloeden." Uit de jurisprudentie blijkt dat ook in verzoekschriftprocedures ontwikkelingen van na indiening van een verzoekschrift tot niet-ontvankelijkheid kunnen leiden.(23) Het belang om op ontvankelijkheidsvragen en andere excepties te kunnen beslissen wordt zo groot geacht dat de Hoge Raad daarvoor in cassatie zelfs "Niet [is] gebonden aan de bepalingen omtrent feitelijke grondslag in art. 419 [Rv, LT] en (...) rekening [moet, LT] worden gehouden met ontwikkelingen die zich na de bestreden uitspraak hebben voorgedaan"(24) Blijkens het in deze paragraaf aangehaalde jurisprudentie geldt dit zelfs als deze feiten zich na het uitbrengen van de cassatiedagvaarding hebben voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 47825 tot 50102.