Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.

18 Ik meen dat meer consequent doorvoeren van dit onderscheid ook meer helderheid kan geven m.b.t. de vraag of een vordering nogmaals (in dezelfde instantie) kan worden voorgelegd. Nu wordt wel aangenomen dat de terminologische keuze voor niet-ontvankelijkheid of ontzegging niet doorslaggevend is. Stein meldt (zie P.A. Stein en A.S. Rueb, Compendium van het burgerlijk procesrecht, zeventiende druk, Kluwer, Deventer 2009, p. 208-209): "Het verschil wordt ten onrechte wel van belang geacht voor de vraag of de eerdere uitspraak bindend is, met andere woorden, of de eerder ontzegde vordering nog wel opnieuw kan worden ingesteld (..). Het is echter niet aannemelijk dat het louter terminologische verschil tussen niet-ontvankelijkhedi en ontzegging beslissend is. Het gaat erom of in de eerdere procedure reeds inhoudelijke geschilpunten waren beslist", onder verwijzing naar Hoge Raad 21 december 2001, NJ 2002/145 en Hoge Raad 19 november 1993, NJ 1994/175 (Van Raalte/SH Beheer) en Hoge Raad 13 oktober 2000, NJ 2001/210. De Hoge Raad lijkt nu hetzelfde criterium aan te houden bij het onderscheid tussen niet-ontvankelijkheid en ontzegging. Dat betekent m.i. dat die keuze aan betekenis wint voor de mogelijkheid een vordering/verzoek nogmaals in te dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 64025 tot 65304.