Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.
2.4 Aangenomen moet worden dat intrekking van een verzoek als het onderhavige in beginsel in elke stand van het geding, althans zolang geen onderzoek is bevolen, door iedere verzoek(st)er kan plaatsvinden. De (rechts)gevolgen van een zodanige intrekking kunnen verschillen al naar gelang de stand van het geding en de overige omstandigheden. Rhodia heeft haar verzoek ingetrokken voordat een onderzoek is bevolen en [verweerster 1], [verweerster 2] en alle belanghebbenden hebben uitdrukkelijk ingestemd met de intrekking en jegens Rhodia geen aanspraak gemaakt op een proceskostenveroordeling. De intrekking van het verzoek van Rhodia heeft tot gevolg dat de procedure ten aanzien van haar als verzoekster is geëindigd en dat bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van [verzoeker] het verzoek van Rhodia derhalve niet meetelt. Feiten en (bijzondere) omstandigheden die in het onderhavige geval tot een ander oordeel zouden kunnen leiden zijn niet althans onvoldoende (gemotiveerd) gesteld en ook niet van elders gebleken. De omstandigheden dat "Rhodia (...) speciaal was opgericht als vennootschap voor [verzoeker] en dat Rhodia geen activiteiten kent en uitsluitend een houdsterfunctie vervuld" en dat "[h]et zonder pardon eruit drukken van [verzoeker] (...) dus maar één doel (kan) gediend hebben (...): het kennelijk frustreren van een enquête", zijn daartoe - op zichzelf en zonder meer - in ieder geval onvoldoende. Aan het voorgaande doet niet af dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de ontvankelijkheid moet worden beoordeeld naar het tijdstip van de indiening van het verzoek. Ook ten tijde van de indiening van het verzoek hield [verzoeker] slechts een belang van 0,55% in [verweerster 1]. Hij was daarmee, zoals hiervóór is overwogen, niet bevoegd zelfstandig een enquêteverzoek in te dienen. Het onderhavige geval is daarom niet op één lijn te stellen met gevallen waarin een aandeelhouder ten tijde van indiening van het verzoek daartoe (wel) bevoegd was en nadien niet langer aan de in 2.3 verwoorde drempel voldoet (bijvoorbeeld omdat zijn belang in de te onderzoeken vennootschap onder de 10% is gedaald).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 15982 tot 18133.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24 | shasum -a 256