Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.
3.7 Deze benadering is in zekere zin aantrekkelijk. Als er niets resteert, is het efficiënt om met zo min mogelijk handelingen de procedure te laten eindigen, vooral nu er veelvuldig enquêteverzoeken worden ingetrokken.(9) De Ondernemingskamer geeft in de bestreden beschikking aan dat, al naar gelang de omstandigheden, de gevolgen van intrekking uiteen kunnen lopen. Als een verzoek is gedaan voordat een onderzoek is bevolen en er resteren geen andere punten waarop moet worden beslist (zoals een veroordeling in de proceskosten of tegenverzoeken), dan gaat de Ondernemingskamer uit van beëindiging van rechtswege. Soms volgt wel een beschikking waarin dit door de Ondernemingskamer (ter verduidelijking) wordt geconstateerd.(10) In de onderhavige zaak heeft de Ondernemingskamer een soort scheiding gemaakt tussen de procedure 'voor zover het Rhodia als verzoekster betrof' en de rest van de procedure (dus met name waar het [verzoeker] als verzoeker betrof). Nu er jegens Rhodia geen aanspraak werd gemaakt op een proceskostenveroordeling, is dat deel van de procedure (als vanzelf) geëindigd, aldus de Ondernemingskamer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 25299 tot 26443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24 | shasum -a 256