Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.
3.8 De Hoge Raad is in het verleden zowel tot verwerping van het cassatieberoep (wat in eerste aanleg dus afwijzing van het verzoek zou betekenen) als niet-ontvankelijkheid van de verzoeker gekomen. Voor zover mij bekend is de Hoge Raad nooit tot de conclusie gekomen dat een procedure door de intrekking zelf (als het ware vanzelf) was geëindigd. Het verdient wel opmerking dat bij de zaken waarover de Hoge Raad heeft beslist, na de intrekking voor zover ik kan nagaan telkens iets resteerde waarover moest worden beslist, meestal de veroordeling in de proceskosten. Vraag is of dat de reden is waarom de Hoge Raad niet tot 'beëindiging van rechtswege' oordeelde en hij in zaken waarin niets resteert dezelfde lijn zou hanteren als de Ondernemingskamer aanhoudt. Er is geen sluitend antwoord op die vraag uit de bestaande jurisprudentie af te leiden, maar m.i. zijn in de jurisprudentie wel duidelijke aanwijzingen te lezen dat de Hoge Raad de lijn van de Ondernemingskamer niet voorstaat. Uit het voorgaande citaat van de Hoge Raad (zie par. 3.3) valt al op te maken dat die niet van beëindiging van rechtswege uit lijkt te gaan. Het enige gevolg is immers dat de ingetrokken verzoeken niet meer kunnen worden onderzocht. Dit is al sinds begin jaren tachtig de vaste benadering. AG's Ten Kate en Verkade zijn in hun afwijzing van het idee van beëindiging van rechtswege iets explicieter geweest: AG Ten Kate in zijn conclusie bij de Meulenstat/De Heij-beschikking(11): "Vermindering van een verzoek heeft op zichzelf niet tot gevolg dat de procedure, i.c. het cassatieberoep, niet meer aanhangig is. Zijn er na intrekking - als vermindering opgevat en behandeld - geen cassatiemiddelen meer over die het beroep kunnen steunen, dan zal verwerping van het beroep (of wellicht niet-ontvankelijkheid) het gevolg zijn." AG Verkade in zijn conclusie bij het Scientology/[...] c.s.-arrest(12) (par. 13): "Met een intrekkingsverzoek is een zaak immers - anders dan in geval van royement - niet zo maar ten einde. Er moet nog steeds arrest gewezen worden."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 26482 tot 28550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24 | shasum -a 256