Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.

3.9 De lijn van de Hoge Raad is wat betreft (het niet aannemen van) de beëindiging van rechtswege consequent geweest. Een minder eenduidig beeld komt naar voren wat betreft de vraag of niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing vervolgens de aangewezen weg is. De Hoge Raad koos begin jaren tachtig (de Meulenstat/De Heij-beschikking en het Kool/van der Meiden-arrest, beide hiervoor genoemd) en eind 2005 (het voornoemde Scientology-arrest) voor verwerping. Tussentijds, in de eerste helft van de jaren negentig oordeelde de Hoge Raad juist dat het gevolg van integrale intrekking niet-ontvankelijkheid is (de genoemde Essenberg/Stalko-beschikking en Ramdjanberg/gemeente-beschikking).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 28801 tot 29498.