Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0505.

Voor de onderhavige zaak is met name de onderstreepte passage van direct belang. Heemskerk heeft in Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht (2009)(17) al op vergelijkbare wijze het onderscheid aangeduid: "In het algemeen is uit de wet niet op te maken, in welke gevallen een eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard en in welke gevallen de eis hem moet worden ontzegd. (...) Voor niet-ontvankelijkverklaring is aanleiding, als de vordering niet kan slagen om een processuele reden, die buiten het materiële geschil is gelegen: de termijn om een vordering of een rechtsmiddel in te stellen is verlopen, een voogd stelt een eis in zonder de vereiste machtiging van de kantonrechter (art. 1:349 BW). Ontzegging vindt plaats als de vordering ongegrond is of onbewezen."(18)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee772be18059c9696ef0f2bb93c1f39316abce1da7d43c1d35013e796a3bab24, en de alinea staat in dat document op bytes 33507 tot 34306.