Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0593.

1.2 [Eiser] c.s. hebben [verweerder] bij exploot van 24 april 2002 gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch. In het exploot hebben zij, onder verwijzing naar artikel 2, lid 3 van de notariële akte van 15 december 1997, een veroordeling van [verweerder] gevorderd tot vergoeding van de helft van de schade die zij als gevolg van het, naar zij stellen, in opdracht van [verweerder] (maar zonder hun toestemming) uitgevoerde rooien van de bomen hebben geleden. Van de gerooide bomen waren, zo wordt gesteld, 800 essen en 100 eiken kwalitatief goed en verkoopbaar. De totale schade stellen zij op een bedrag van ƒ 216.770 (of € 98.365,94). De gevorderde vergoeding is beperkt tot de helft hiervan (€ 49.182,97) in verband met de bepaling in het tussen [verweerder] en [betrokkene 1] gesloten echtscheidingsconvenant dat zij, in geval dat er in verband met het rooien van de bomen een schadevordering blijkt te bestaan, de vordering gelijkelijk voor hun rekening zullen nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3cd4d6eba94a7717acc4fcec1005bd1e1c1d11228b4f298df14098a0b4efee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3cd4d6eba94a7717acc4fcec1005bd1e1c1d11228b4f298df14098a0b4efee9, en de alinea staat in dat document op bytes 6287 tot 7282.