Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0593.

2.6 Zoals ook uit artikel lid 1 van artikel 6:6 BW volgt, heeft ook de in dat artikel genoemde hoofdelijke verbondenheid betrekking op de situatie waarin meer schuldenaren zich verbonden hebben met betrekking tot een zelfde prestatie. De hoofdregel is dat de schuldenaren ieder tot die prestatie verbonden zijn voor een gelijk deel, maar uit de wet, de gewoonte of een rechtshandeling kan volgen dat de schuldenaren voor ongelijke delen of hoofdelijk verbonden zijn. In het laatste geval is iedere schuldenaar verbonden om de prestatie in zijn geheel te voldoen. Omdat de prestatie van ieder van de schuldenaar dezelfde is, brengt algehele nakoming door één van de hoofdelijk verbonden schuldenaren mee dat de andere hoofdelijk verbonden schuldenaren van hun verbintenis tegenover de schuldeiser bevrijd zijn. Dat is in artikel 6:7 lid 2 BW ook met zoveel woorden nog eens bepaald. Het voorgaande komt dus hierop neer dat een essentiale van hoofdelijke verbondenheid is dat de prestatie, waartoe de betrokken schuldenaren hoofdelijk verbonden zijn, voor ieder dezelfde is in die zin dat het naar behoren verrichten van de prestatie door één van de schuldenaren de verbondenheid van de andere schuldenaren tegenover de (gezamenlijke) schuldeiser doet vervallen.((6))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3cd4d6eba94a7717acc4fcec1005bd1e1c1d11228b4f298df14098a0b4efee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3cd4d6eba94a7717acc4fcec1005bd1e1c1d11228b4f298df14098a0b4efee9, en de alinea staat in dat document op bytes 16597 tot 17879.