Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0676.

Ik doe aangifte van een (poging tot) inbraak. Niemand had het recht of de toestemming om door middel van verbreking cq. braak goederen weg te nemen en zich deze toe te eigenen, dan wel een poging daartoe te doen. Ik ben eigenaar van café [E], gelegen aan de [e-straat 1] te Lochem, Op 24 oktober 2007 tussen 04.00 uur en 04.30 uur werd ik wakker gemaakt door mijn partner, omdat er iemand op de deur aan het bonken was, Zij gaf aan dat zij had gezien dat er 2 personen op de uitkijk stonden. Hierna ben ik in mijn onderbroek naar buiten gegaan, achter de 2 personen aan die wegrenden over de Westerwal. Op een gegeven moment ben ik gestopt met de achtervolging en ben ik teruggelopen. Men is niet binnen in het café geweest, wel is het onderste slot geheel verbogen en aan de voorzijde van de deur zit duidelijk braakschade. Het hout van de deur is ook kapot.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0b2c3ba7624456ef104a2a22f51f6762f13510f16b40184fc74bce9fa9e19e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0b2c3ba7624456ef104a2a22f51f6762f13510f16b40184fc74bce9fa9e19e9, en de alinea staat in dat document op bytes 39423 tot 40297.