Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0834.
Hoewel verdachte ontkent dat hij het boterhamzakje met wit poeder heeft weggegooid, valt niet in te zien waarom de verbalisant in een ambtsedig proces-verbaal omtrent een dergelijk feit in strijd met de waarheid zou verklaren. Zijn waarneming op dit punt was duidelijk en hij was vlakbij verdachte. Dat de verbalisant het zakje niet constant heeft gezien en dat daarmee het gevonden boterhamzakje niet van verdachte zou zijn komt het hof zeer onaannemelijk voor, in aanmerking genomen dat de verbalisant onmiddellijk is gaan kijken. Ten aanzien van cocaïne vormt een MMC in beginsel toereikend bewijs, behoudens een andersluidende en aannemelijke verklaring van verdachte. Bovendien had verdachte een wikkel met, naar eigen zeggen, cocaïne bij zich en is hij een gebruiker van cocaïne. Daarmee komt naar het oordeel van het hof vast te staan dat het verdachte was die het boterhamzakje met het witte poeder weggooide en dat deze stof cocaïne is. Het hof acht hierbij bovendien van belang dat verdachte, toen hij de politie zag, het zakje van zich af heeft geworpen, hetgeen onderstreept dat verdachte wist dat de inhoud van het zakje een verboden stof - in casu cocaïne - betrof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2, en de alinea staat in dat document op bytes 34575 tot 35772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2 | shasum -a 256