Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0834.
In de nacht van 30 op 31 juli 2009 waren [slachtoffer] en ik in het café. Later zijn we weggegaan uit het café en toen was [slachtoffer] ineens spoorloos verdwenen. Ik heb toen tegen mijn zoon [medeverdachte] gezegd dat hij bij zijn moeder, aan de [a-straat 1] in Zevenaar, moest gaan kijken of zijn moeder niet naar buiten werd geslagen. Toen kreeg ik telefoon van [betrokkene 2] en zij vertelde dat [slachtoffer] bij [betrokkene 3] was. Ik ben met een pistool naar de woning van [betrokkene 3] gegaan. Ik had het pistool toen in mijn zak. Het klopt dat ik boos was. Ik ben de woning in gegaan en heb [slachtoffer] op zijn hoofd geslagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2, en de alinea staat in dat document op bytes 7262 tot 7917.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2 | shasum -a 256