Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0834.

20. Voor zover het Hof het verzoek tot het horen van de getuige overeenkomstig hetgeen verdachtes raadsman heeft gesteld aldus heeft opgevat dat het gaat om het horen van de getuige met het oog op de vordering van de benadeelde partij getuigt de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuige evenmin van een onjuiste rechtsopvatting en is deze niet onbegrijpelijk. Nu het de benadeelde partij niet is toegestaan ter onderbouwing van haar vordering getuigen aan te brengen (art. 334 lid 1 Sv)(1), staan de eisen van een eerlijk proces (art. 6 lid 1 EVRM) er uit een oogpunt van equality of arms(2) immers aan in de weg dat de verdachte deze bevoegdheid voor zover het gaat om de vordering van de benadeelde partij wel zou toekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2, en de alinea staat in dat document op bytes 25051 tot 25803.