Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0834.

Op 21 juni 2009 waren wij verbalisanten belast met het toezicht van de openbare orde in Zevenaar. Wij gingen op verzoek van onze Centrale meldkamer naar [b-straat] te Zevenaar in verband met een vechtpartij op straat. Wij zagen bij aankomst op [b-straat] twee mannen lopen. Deze twee mannen waren de ons verbalisanten ambtshalve bekenden [medeverdachte] en [verdachte]. Op het moment dat wij verbalisanten op een afstand van vier meter van de mannen verwijderd waren, draaiden beide mannen zich om richting ons verbalisanten. Op het moment dat verbalisant [verbalisant 6] uit het dienstvoertuig stapte zag ik verbalisant [verbalisant 7] dat [verdachte] met zijn rechterhand iets van zich afgooide. Ik zag dat dit iets wit van kleur was en ongeveer de grote had van een tennisbal. Ik dacht dat het goed bovenop het voertuig terecht moest zijn gekomen dan wel direct naast het voertuig aan de andere zijde dan waar [verdachte] zich bevond. Ik ben gaan kijken aan de andere zijde van de grijze auto. Ik zag een boterhamzakje gevuld met wit poeder. Hierop hebben wij de verdachte [verdachte] aangehouden op grond van de Opiumwet. Tijdens de insluitingfouillering kwam bij de verdachte onder andere twee lege wikkels tevoorschijn. Tevens werd bij de verdachte één wikkel met vermoedelijk cocaïne tevoorschijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 976bfa86ceb6537e934c330a55c827498bd79f01e41070924886b510d2f0c1d2, en de alinea staat in dat document op bytes 28444 tot 29764.