Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2178.

2.6 In onderdeel 2 wordt het oordeel van het GHvJ dat door de Curator het bewijs van de aanwezigheid bij UF en Artocarpus van wetenschap van benadeling van de schuldeisers ten tijde van de bestreden cessie niet is geleverd, als onvoldoende gemotiveerd bestreden. De motivering voldoet niet aan de basiseis dat de rechter een zodanig inzicht dient te geven in de gedachtengang die hem tot zijn beslissing - in casu het niet bewezen zijn van de aanwezigheid bij UF en Artocarpus van wetenschap van benadeling van de schuldeisers op 5 maart 2000 - voert, dat die beslissing controleerbaar is voor partijen en derden, onder wie de hogere rechter. Het GHvJ maakt in zijn eindvonnis niet duidelijk waarom het de schriftelijke stukken, waarop het in rov. 23 doelt, niet voldoende weerlegd acht met de getuigenverklaringen of anderszins. In onderdeel 2 wordt er niet over geklaagd dat aan 's hofs bewijsoordeel een onjuiste rechtsopvatting ten grondslag ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ff96a4db5aaf98c5c6c896b097f736f637fa85a9aa3dc1704a4a20791202ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ff96a4db5aaf98c5c6c896b097f736f637fa85a9aa3dc1704a4a20791202ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 19323 tot 20287.