Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2178.

2.10.2 In verband met de beweerdelijk onbegrijpelijke 'afdoening' van het beroep van de Curator op de winst- en verliesrekening 2000 en de daarbij behorende brief van 9 april 2001 van de accountant valt in de eerste plaats het volgende op te merken. Voor de beoordeling of op 5 maart 2000 sprake was van 'wetenschap van benadeling van de schuldeisers' van UF als gevolg van de cessie, is alleen van belang kennis die op die datum voor UF en Artocarpus beschikbaar was. Daartoe hoort niet kennis, die opgeslagen ligt in stukken, die later worden opgemaakt en beschikbaar komen. Dat is wat het GHvJ in rov. 16 ook tot uitdrukking brengt. Omdat de winst- en verliesrekening 2000 inzake KTGT en de daarbij behorende brief van de accountant uit 2001 stammen, kunnen die stukken niet in aanmerking worden genomen voor de op 5 maart 2000 aanwezige kennis. In ieder geval is de 'afdoening' van het beroep van de Curator op de winst- en verliesrekening 2000 en de daarbij behorende brief van 9 april 2001 van de accountant in zoverre niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ff96a4db5aaf98c5c6c896b097f736f637fa85a9aa3dc1704a4a20791202ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ff96a4db5aaf98c5c6c896b097f736f637fa85a9aa3dc1704a4a20791202ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 24267 tot 25325.