Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2213.

29 Bovendien moet worden benadrukt dat om te beoordelen of een onderling afgestemde feitelijke gedraging onder het verbod van artikel 81, lid 1, EG valt, niet hoeft te worden gelet op de concrete gevolgen ervan wanneer vaststaat dat zij ertoe strekt de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt te verhinderen, te beperken of te vervalsen (zie in die zin arresten van 13 juli 1966, Consten en Grundig/Commissie, 56/64 en 58/64, Jurispr. blz. 450, 516, en 21 september 2006, Nederlandse Federatieve Vereniging voor de Groothandel op Elektrotechnisch Gebied/Commissie, C-105/04 P, Jurispr. blz. I-8725, punt 125, en arrest Beef Industry Development Society en Barry Brothers, reeds aangehaald, punt 16). Het onderscheid tussen "inbreuken naar strekking" en "inbreuken naar gevolg" houdt verband met de omstandigheid dat bepaalde vormen van collusie tussen ondernemingen naar hun aard kunnen worden geacht schadelijk te zijn voor de goede werking van de normale mededinging (zie arrest Beef Industry Development Society en Barry Brothers, reeds aangehaald, punt 17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1dc5e168de3e31f4f466a4999d3b5e87b2d68fa630a7f43ee33f2eb7ba8a134. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1dc5e168de3e31f4f466a4999d3b5e87b2d68fa630a7f43ee33f2eb7ba8a134, en de alinea staat in dat document op bytes 66591 tot 67672.