Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2804.
2.7 Op zichzelf beschouwd, stuit klacht A m.i. hierop af dat het in de vorm van motiveringsklachten in wezen een hernieuwde beoordeling van de stellingen van Fortis c.s. vraagt. Het hof heeft immers de door het middel genoemde omstandigheden - goeddeels: uitdrukkelijk - in zijn oordeel betrokken. Zoals het middel aangeeft, komen de in onderdeel 12 onder a t/m f genoemde omstandigheden voor in rov. 3.10. Van de overige twee omstandigheden heeft het hof de eerste (over de tekst en systematiek van artikel 11.2.2 NBBP) reeds verdisconteerd in rov. 3.9. De tweede omstandigheid (genoemd in onderdeel 13) lees ik niet met zoveel woorden in het arrest terug, maar het middel klaagt niet (althans niet met voldoende duidelijkheid), dat het hof heeft verzuimd aandacht te schenken aan door Fortis c.s. aangevoerde essentiële stellingen. Overigens mist dit argument m.i. in dit geval overtuigingskracht (zie bij 2.9.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47c79fe2896abac7e3487e034ddd8cd973b71c786eda8b39beeccc82bb3e8c83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47c79fe2896abac7e3487e034ddd8cd973b71c786eda8b39beeccc82bb3e8c83, en de alinea staat in dat document op bytes 16229 tot 17158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47c79fe2896abac7e3487e034ddd8cd973b71c786eda8b39beeccc82bb3e8c83 | shasum -a 256