Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2933.

7. Het lijkt mij bij uitstek aannemelijk dat de wetgever voor het in art. 407 lid 2 Rv. gegeven voorschrift hetzelfde voor ogen heeft gestaan. Het voorschrift dat ik op het oog heb vormt immers voor de cassatiedagvaarding de "remplaçant" van de regel van art. 111 lid 2 onder i Rv., waarvoor de nietigheidssanctie expliciet is aangewezen. Art. 407 Rv. zelf vermeldt bovendien dat het hier een aanvulling op art. 111 lid 2 Rv. betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edbb562fbd3196e4510b1657d27e8a5c6615137e5c6929fe4233cbc3ef655470. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edbb562fbd3196e4510b1657d27e8a5c6615137e5c6929fe4233cbc3ef655470, en de alinea staat in dat document op bytes 6887 tot 7335.