Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2933.
Von Schmidt auf Altenstadt, TCR 2010, p. 73, heeft er op gewezen dat overeenkomstige toepassing van de voor de procedure in feitelijke instanties gegeven regel van art. 128 lid 6 Rv. (waar naar art. 139 Rv. wordt verwezen) consequenter zou zijn geweest; en ik ben geneigd hem daarin bij te vallen. Maar de wettekst dwingt er haast toe, aan te nemen dat de wetgever niet voor die oplossing heeft gekozen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edbb562fbd3196e4510b1657d27e8a5c6615137e5c6929fe4233cbc3ef655470. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edbb562fbd3196e4510b1657d27e8a5c6615137e5c6929fe4233cbc3ef655470, en de alinea staat in dat document op bytes 10070 tot 10487.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edbb562fbd3196e4510b1657d27e8a5c6615137e5c6929fe4233cbc3ef655470 | shasum -a 256