Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3026.

10. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 juni 2009 heeft de raadsvrouw van de verdachte aldaar het woord tot verdediging gevoerd overeenkomstig de door haar overgelegde pleitnota. De raadsvrouw heeft onder meer bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van zaak B6 (de invoer van cocaïne op 18 mei 2007; onderdeel van feit 1), nu uit het dossier niet kan volgen dat er sprake is geweest van een geslaagde invoer van cocaïne op 18 mei 2007. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de enkele verklaring van [betrokkene 2] - inhoudende dat het op 18 mei 2007 gelukt zou zijn - onvoldoende is voor een bewezenverklaring, aangezien zijn verklaring onbetrouwbaar is en derhalve niet voor het bewijs van zaak B6 kan worden gebruikt. [betrokkene 2] heeft immers ook verklaard dat hij in totaal zes keer op Schiphol is geweest (vier keer voor niets, één keer om op te letten en de laatste keer is hij opgepakt), waaruit volgt dat hij zich in de datum heeft vergist en niet zeker weet dat het op 18 mei 2007 is gelukt of dat hij niet de waarheid spreekt.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce, en de alinea staat in dat document op bytes 12892 tot 14009.