Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3026.
12. Blijkens de op de terechtzitting in hoger beroep van 18 juni 2009 overgelegde pleitnota heeft de raadsvrouw voorts bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van zaak B8 (de invoer van cocaïne op 1 juni 2007; onderdeel van feit 1), nu er op 1 juni 2007 geen verdovende middelen in beslag zijn genomen en getest en er zich in het dossier geen verklaring bevindt waarin melding wordt gemaakt van een overdracht van tassen waarin deze verdovende middelen zouden hebben gezeten. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat medeverdachte [verdachte 2] de enige is die bij de rechter-commissaris heeft verklaard over een overdracht op 1 juni 2007 maar dat van haar verklaring niet kan worden gezegd dat deze met stelligheid is afgelegd. Gelet op het dossier, de verklaringen van anderen en het feit dat het aanwezige observatieteam geen overdracht heeft gezien, is de kans groot dat [verdachte 2] zich in de datum heeft vergist.(13)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce, en de alinea staat in dat document op bytes 14503 tot 15458.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce | shasum -a 256