Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3026.

20. Gelet op de hiervoor onder 19 weergegeven vaststellingen van het Hof, is diens oordeel dat het medeplegen van het invoeren van cocaïne op 1 juni 2007 door de verdachte kan worden bewezen, niet onbegrijpelijk. Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, bezien in het licht van de bewijsconstructies van de overige cocaïnetransporten die onder feit 1 bewezen zijn verklaard(18), heeft het Hof immers kunnen afleiden dat de verdachte op 1 juni 2007 te Schiphol samen met anderen opzettelijk een hoeveelheid cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. De bewezenverklaring is derhalve in zoverre voldoende met redenen omkleed. Anders dan de steller van het middel aanvoert, kan uit de voor het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 3] (bewijsmiddel 66), [verdachte 2] (bewijsmiddel 67) en de verdachte (bewijsmiddel 95) - mede gelet op de door het Hof voor de andere transporten van feit 1 gebezigde bewijsmiddelen - wel degelijk worden afgeleid dat er daadwerkelijk cocaïne is ingevoerd. Anders dan de steller van het middel betoogt, kan de betrokkenheid van de verdachte bij deze invoer onder meer worden afgeleid uit de voor het bewijs gebezigde verklaringen van [betrokkene 2] (bewijsmiddel 65), [betrokkene 3] (bewijsmiddel 66) en de verdachte (bewijsmiddel 95).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce, en de alinea staat in dat document op bytes 20308 tot 21621.