Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ3026.

23. De verdachte, die zich zowel ten tijde van het instellen van het cassatieberoep als ten tijde van de betekening van de aanzegging in cassatie in voorlopige hechtenis bevond, heeft op 9 juli 2009 beroep in cassatie ingesteld. De stukken zijn op 18 maart 2010 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen, zodat de inzendingstermijn van zes maanden is overschreden. Voorts zal de Hoge Raad uitspraak doen nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM inderdaad is overschreden. Het middel is terecht voorgesteld. Dit moet leiden tot strafvermindering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b4e01d3a17a8cf974e305088824f67bffe06c76946aef4185a5b938b07337ce, en de alinea staat in dat document op bytes 21862 tot 22548.